De Domkerk in het Lierse midden
Het is het noodlot en tegelijk de geestelijke kracht van het dorp De Lier dat kunstschilders zich altijd concentreren op de majestueuze Dom. Andere plekjes in het pittoreske dorp zijn nauwelijks vereeuwigd. Met andere woorden: in De Lier kan men niet om de historische Dom heen.
Het Lierse Museum De Timmerwerf bezit een twintigtal schilderijen van de Dom; ook het Westlands Museum en het Historisch Archief Westland bezitten er enkele. Wijlen Anton van der Sande heeft bij het verzamelen een eminente rol gespeeld; ik placht hem te bellen als er weer een kerk was verschenen op een kunstveiling. Zijn oordeel was dan maatgevend. Recent zijn er weer enkele ‘Dommen’ van gerenommeerde schilders toegevoegd aan de collectie van een tweetal Westlandse particuliere verzamelaars.
Ook immaterieel herbergt de Domkerk een rijke historie. Op de fundamenten van een eerste parochiekerk uit 1245 werd halverwege de 15e eeuw de huidige laatgotische kruiskerk gebouwd. Na een brand in 1572 die de kerk en toren verwoestte, werd de kerk pas in 1661 weer herbouwd. Ondertussen markeert de kerk het begin van de Westlandse reformatie waarvoor pastoor Arent Dirckzn Vos, priesterbroeder van de Duitse Orde, in 1570 op het Haagse Zootje werd terechtgesteld (‘verworgd en verbrand’). De scheve toren werd in 1954 gestut door een dikke betonnen plaat onder de toren die op 41 heipalen steunt.
Pieter Scheen, De Lierse Dom aan de  Lee, olie op doek, collectie Jan Joop Veenman Henk Leurs,  Gezicht op de Lierse Dom, olie op doek, collectie Harry Groenewegen
De twee schilderijen die ik hier laat zien, in de stijl van de Haagse School, vertonen de gebruikelijke ‘westlander‘ schuit, waarvan eén een ‘zeilende westlander’. Op het schilderij van de Rijswijkse schilder Henk Leurs ( 1890-1956) is op de voorgrond de houten Leebrug te zien, met op de achtergrond de molen van de Hoefpolder, die in 1925 werd afgebroken.
Dezelfde molen zou ook wel eens kunnen figureren op het schilderij van Pieter Scheen (1874-1954) omdat deze ten noorden van de toren wordt gesitueerd. Overigens is dit een vrije compositie. Scheen – de vader van de  samensteller van het Kunstenaarslexicon Pieter A. Scheen – werd in 1920
kunsthandelaar  in Den Haag. Hij begreep dat impressies niet altijd de exacte weergave behelzen. Hij nam een voorbeeld aan Jacob Maris die al schilderend de details veranderde en ’zijn eigen steden bouwde’. Ook deze twee ‘Dommen’ illustreren de toeristische aantrekkingskracht van de eeuwenoude Lierse dorpskerk.
Maarten van der Schaft, april 2020
De Domkerk in het Lierse midden
Het is het noodlot en tegelijk de geestelijke kracht van het dorp De Lier dat kunstschilders zich altijd concentreren op de majestueuze Dom. Andere plekjes in het pittoreske dorp zijn nauwelijks vereeuwigd. Met andere woorden: in De Lier kan men niet om de historische Dom heen.
Het Lierse Museum De Timmerwerf bezit een twintigtal schilderijen van de Dom; ook het Westlands Museum en het Historisch Archief Westland bezitten er enkele. Wijlen Anton van der Sande heeft bij het verzamelen een eminente rol gespeeld; ik placht hem te bellen als er weer een kerk was verschenen op een kunstveiling. Zijn oordeel was dan maatgevend. Recent zijn er weer enkele ‘Dommen’ van gerenommeerde schilders toegevoegd aan de collectie van een tweetal Westlandse particuliere verzamelaars.
Ook immaterieel herbergt de Domkerk een rijke historie. Op de fundamenten van een eerste parochiekerk uit 1245 werd halverwege de 15e eeuw de huidige laatgotische kruiskerk gebouwd. Na een brand in 1572 die de kerk en toren verwoestte, werd de kerk pas in 1661 weer herbouwd. Ondertussen markeert de kerk het begin van de Westlandse reformatie waarvoor pastoor Arent Dirckzn Vos, priesterbroeder van de Duitse Orde, in 1570 op het Haagse Zootje werd terechtgesteld (‘verworgd en verbrand’). De scheve toren werd in 1954 gestut door een dikke betonnen plaat onder de toren die op 41 heipalen steunt.
De twee schilderijen die ik hier laat zien, in de stijl van de Haagse School, vertonen de gebruikelijke ‘westlander‘ schuit, waarvan eén een ‘zeilende westlander’. Op het schilderij van de Rijswijkse schilder Henk Leurs ( 1890-1956) is op de voorgrond de houten Leebrug te zien, met op de achtergrond de molen van de Hoefpolder, die in 1925 werd afgebroken.

Pieter Scheen, De Lierse Dom aan de Lee, olie op doek, collectie Jan Joop Veenman

Henk Leurs, Gezicht op de Lierse Dom, olie op doek, collectie Harry Groenewegen

Dezelfde molen zou ook wel eens kunnen figureren op het schilderij van Pieter Scheen (1874-1954) omdat deze ten noorden van de toren wordt gesitueerd. Overigens is dit een vrije compositie. Scheen – de vader van de  samensteller van het Kunstenaarslexicon Pieter A. Scheen – werd in 1920
kunsthandelaar  in Den Haag. Hij begreep dat impressies niet altijd de exacte weergave behelzen. Hij nam een voorbeeld aan Jacob Maris die al schilderend de details veranderde en ’zijn eigen steden bouwde’. Ook deze twee ‘Dommen’ illustreren de toeristische aantrekkingskracht van de eeuwenoude Lierse dorpskerk.
Maarten van der Schaft, april 2020